Home
Onze school
Studeren in het VTI
Onze leerlingen
Activiteiten
Archief
Foto's

Doorstroomrichtingen  
Mechanica
Hout
Bouw
Elektriciteit
Specialisatiejaar 7 TSO

 

Brochures over onze studierichtingen
Digitaal leerplatform
Studietips

 

Studietips


Concentratieproblemen

Zeker doen!

Beperk afleiding, ruim op en zet je gsm EN computer UIT! Eventueel kan je ook zorgen voor een 'niet storen'-bordje aan de deur.

Wissel studietijd en vrije tijd af: organiseer je tijd. Geniet van je vrije tijd, maar start hierna meteen met studeren!

Wanneer je afdwaalt, zorg er dan voor dat je meteen weer naar je studieboeken grijpt.

Wees actief: zoek uit wat jou helpt bij het studeren (wanneer? 's avonds of 's morgens? hoe? hardop leren of schrijven wat je leert?)

 

Zeker NIET doen!

Passief afwachten op wat zich aandient (vriend of vriendin, e-mail, gsm...)

Stuurloos zijn: aan vrije tijd denken tijdens het studeren en andersom. 

Zeggen: "Ik MOET mij concentreren". Dit werkt niet, want dan denk je aan concentreren en niet aan studeren. Wanneer je je aandacht voelt wegglippen, zet je dan recht en lees een stukje hardop. Probeer het echt interessant te vinden.

Je hulpeloos gedragen('Het komt door anderen', 'Zo ben ik nu eenmaal', 'Morgen begin ik').


Studietips: algemeen

Zeker doen!

Maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken.

Probeer te begrijpen wat er nu juist staat. Schrijf het eens op in je eigen woorden. Weet je niet wat een woord betekent? Zoek het op in een woordenboek!

Toets tijdens het studeren je kennis door vragen te stellen aan jezelf. Schrijf tijdens het leren vragen op waarvan je denkt dat de leerkracht ze kan stellen. Bij wijze van herhaling beantwoord je ze als je klaar bent met leren.

Stel haalbare doelen als je een schema maakt.

Zeker NIET doen!

Elke letter uit het hoofd proberen te leren.

Leren zonder nadenken. Als je dit doet, is de kans klein dat je op een toets denkvragen kan beantwoorden.

Snel denken dat je het wel een beetje kent. Dit is niet goed genoeg! Je moet de leerstof grondig kennen.

Jezelf overschatten. Doe dit nooit! Begin op tijd met studeren. Heb je nog wat tijd over? Des te beter!


Studietips: wiskunde

Algemeen

Bij vakken als wiskunde en fysica geldt dat je veel moet oefenen. Neem de tijd om de oefeningen te maken. Hoe meer je werkt met de formules, hoe gemakkelijker dit wordt.

Als je een opdracht maakt, zorg dat het antwoord overzichtelijk opgeschreven is. Begin met het opschrijven van alle waarden die je kent met de juiste eenheid erbij. Daarna ga je kijken welke formules je het best kunt gebruiken. Schrijf deze ook voluit op. Vervolgens vul je alles in en kijk je welke waarden eruit moeten komen. Werk overzichtelijk en dwing jezelf om altijd de eenheid erbij te zetten. Het lijkt veel onnodig werk, maar hierdoor sla je de werkwijze sneller op. Het oefenen heeft minder zin als je alleen getallen opschrijft.

Werk altijd netjes en leesbaar. Maak eerst een berekening op kladpapier.

Schrijf alle tussenstappen op, omdat hier vaak punten op staan. Het gaat vooral om hoe je tot dit antwoord bent gekomen!

Als je iets niet snapt in de klas, voel je dan niet dom. Vraag net zo lang door tot je het helemaal begrijpt. Bij veel vakken is het zo dat wanneer je de basis niet helemaal begrijpt, je de rest van de stof ook niet snapt. Een leerkracht is er om de stof duidelijk te maken. Je kunt ook steeds aan een medeleerling om uitleg vragen. Zorg dan wel dat hij of zij de leerstof beet heeft.

Getallenleer

Noteer al je berekeningen zo uitgebreid mogelijk.  Noteer (als het je kan helpen) waarom je de tussenstappen maakt.

Bij lange berekeningen kan het handig zijn dat je telkens met een gelijkheidsteken op een nieuwe lijn begint, zo heb je een beter overzicht.

Als je termen binnen haakjes wil brengen, kan je dit makkelijk aanduiden met kleurtjes (bv. onderstrepen van de termen die je binnen haakjes wil brengen).

Zorg dat je de merkwaardige producten (bv. (a + b)² = a² + 2ab + b²) ként, dat je weet wat ze betekenen (meetkundig), en dat je ze kunt toepassen.  Onthoud niet alleen de formule, maar ook een voorbeeldje.

Bij evenredigheden en verhoudingen noteer je best alles overzichtelijk bij elkaar.

Vraagstukken los je best op in de volgorde: "gegeven:" , "gevraagd:" en "oplossing:".

Als je mag, controleer je best je resultaat met je rekenmachine.

Meetkunde

Maak een duidelijke constructie of tekening. Zorg ervoor dat deze minstens een halve pagina groot is.

Maak je tekeningen ordelijk: werk met een fijngeslepen potlood, een passer en een goede geodriehoek.  Lijnen, rechten en figuren teken je best met potlood en niet met vulpen of balpen. (Dit hangt wel van leerkracht tot leerkracht en van school tot school af.)

Als je berekeningen moet maken die verband houden met je tekening, duid dan duidelijk aan wat je weet en wat je zoekt. (Zo kan je de gegevens aanduiden met een groen potlood en het gevraagde met een rood potlood...)

Vraagstukken los je best op in de volgorde: "gegeven:" , "gevraagd:" en "oplossing:".

Als je gelijkheden moet bewijzen, dan steunen deze meestal op congruente driehoeken.  Onthoud de volgende letterwoordjes en je kent de congruentiekenmerken: ZZZ (de drie zijdes zijn even lang), ZHZ (twee zijdes en de ingesloten hoek zijn even lang), HZH (twee hoeken en de ingesloten zijde zijn even lang) en ZHH (een zijde, zijn aanliggende hoek en zijn overstaande hoek zijn even groot).

Als je verhoudingen moet bewijzen, dan steunen deze meestal op gelijkvormige driehoeken of figuren.  Onthoud de volgende letterwoordjes en je kent de gelijkvormigheidskenmerken: ZZZ (de drie zijdes verhouden zich), HH (twee hoeken zijn even groot), ZHZ (twee zijdes verhouden zich en de ingesloten hoek is even groot).

Noteer al je definities in een rode kleur op een apart blad.  Noteer al je eigenschappen in een groene kleur op hetzelfde blad (zowel in woorden als in symbolen). Indien mogelijk zorg je ook voor een tekening bij die eigenschap.

Gouden regel: "Eén tekening zegt meer dan duizend woorden."


Studietips: taalvakken

Het leren van woordjes gaat het best als je ze opschrijft, een paar keer hardop uitspreekt EN oefent in een zinnetje, zodat je de betekenis goed in je hoofd opslaat.

Probeer bij het leren van woorden een voorstelling in je hoofd te vormen. Dit helpt om de betekenis beter in je hersenen op te slaan. (bv. Probeer bij "maison" ook een echt huisje in gedachten op te roepen).

Als je de vertaling of de schrijfwijze van een woord niet kunt onthouden, probeer dan een ezelsbruggetje te vinden bij het woord. Dit kan dan heel absurd worden (dat is net het leuke eraan), bijv. een professor: één f, twee s’en: een man op één fiets met twee sokjes, of zoek een Nederlands woord dat lijkt op de vertaling in een buitenlandse taal (contribute = bijdragen, denk aan het Nederlandse "contributie").

Als je de spelling van woorden moet leren, werkt het goed om ze in stukjes uitgesproken in je hoofd te zetten, bijvoorbeeld: exhaustion: zet dit in je hoofd als ex haus tion.

Bij het uit je hoofd leren van woordjes en grammatica werkt herhaling erg goed. Als je een rijtje woordjes of werkwoordsvormen in je hoofd moet stampen, kan je beter een paar dagen eerder beginnen en een aantal keer herhalen. Zo worden ze dieper in je geheugen opgeslagen dan wanneer je ze een dag van tevoren bestudeert. Hierdoor zal je ze minder snel vergeten en bespaar je jezelf een hoop werk tijdens de examenperiode!

Leer niet alle rijtjes en woordjes in één keer. Deel het op in blokken, zodat je geconcentreerd blijft. Je kunt beter 30 minuten geconcentreerd leren dan twee uren naar de pagina kijken zonder iets in je geheugen op te slaan. Ga ondertussen iets anders doen (bv. een ander vak studeren). Zorg dat je in ieder geval uitgerust bent als je moet leren. Het leren gaat dan veel sneller. Als je thuiskomt, drink of eet eerst iets voordat je je op het schoolwerk stort.

Examens

Zeker doen!

Begin op tijd en werk regelmatig!

Bereid je goed voor en besteed genoeg tijd aan het examen. Denk na! Lees ook steeds de vragen en je antwoorden na. Probeer een zo hoog mogelijke score te halen, zo is die moeite zeker en vast niet voor niets geweest.

Ga tijdens de voorbereiding geregeld na hoe je er voor staat. Vergelijk met je planning en vink af wat je gedaan hebt.

Vragen eerst helemaal doorlezen. Tijdens het lezen kan je in potlood al enkele korte antwoorden opschrijven die je meteen binnenschieten. De vragen die je niet weet hou je tot het laatst.

Zeker NIET doen!

Gewoon alles uitstellen, je hebt wel wat anders te doen dan studeren. Als je dit doet, mag je je aan een paar erg vervelende uurtjes verwachten vlak voor het examen en waarschijnlijk ook vlak na je rapport.

De vraag half lezen en meteen een antwoord noteren, het zal wel juist zijn . Tenslotte is 50% meer dan genoeg. Op die manier is de kans natuurlijk groot dat je net onder de 50% belandt en dan…

Twijfelen aan je capaciteiten en de kwaliteit van je voorbereiding. Hierdoor zal je sneller opgeven.

Lukraak beginnen en vervolgens piekeren:’Had ik maar beter gestudeerd’, ‘Ik kan het niet!’


Spreekbeurten: voorbereiding

Voorbereiden van de inhoud

Probeer het onderwerp interessant voor jezelf te maken.

Als je het onderwerp vrij mag kiezen , neem dan iets dat je echt interesseert.

Als je uit een aantal onderwerpen moet kiezen , wacht dan niet tot de fijne onderwerpen al weg zijn.

Krijg je een onderwerp opgelegd , probeer dan door opzoeking er interessante feiten uit te halen. Interesse is echt wel nodig om een onderwerp boeiend te kunnen brengen!

Ga zorgvuldig na wat er van je wordt verwacht. Lees je opdracht goed en stel indien nodig vragen aan je leerkracht.

Zorg dat je spreekbeurt niet te kort of te lang duurt. Het mag iets uitlopen of ietsje korter zijn dan de voorziene tijd, maar overdrijf niet.

Permitteer je eerst ongeordend te werken. Zoek allerlei dingen op die met je onderwerp te maken hebben. Als je de informatie verzameld hebt, bekijk je wat voor jou interessant is en werk je een samenhangende tekst uit.

Vergeet geen leuke weetjes in je spreekbeurt te vermelden. Het maakt het geheel fijner om naar te luisteren en de andere leerlingen zullen meer opsteken van je verhaal. (bv. als je een spreekbeurt over de gitaar moet houden, zoek dan in het ‘Guinness Book of Records’ op hoeveel de duurste gitaar ooit gekost heeft.)

Voorbereiden van de presentatie.

Als je mag van je leerkracht, maak dan een papiertje met een paar kernwoorden op. Zet er ook aanwijzingen voor jezelf bij (bv. figuur laten zien!).

Hardop een spreekbeurt uitspreken is een goede oefenmethode. Wen eraan jezelf te horen spreken. Oefen eerst voor de spiegel, daarna vraag je je ouders, broer of zus om het publiek te spelen. Vraag nadien hun mening. Wat vonden zij ervan? Sprak je te luid, te stil, te snel of te traag?

Let erop dat je je taalgebruik verzorgt. Gebruik in geen geval dialect!

Onthoud: liever te langzaam dan te snel.


Spreekbeurten: presentatie

Het houden van een spreekbeurt

Maak een duidelijk begin: zorg dat je de eerste minuten op dreef kunt komen door met iets "gemakkelijks" te beginnen (een verhaal, een persoonlijke ervaring of jouw interesse voor dit onderwerp). Dit heeft het voordeel dat je de aandacht van de luisteraars trekt.

Neem de tijd en praat niet te snel ; pauzeer, kijk af en toe rond, niet naar de "massa", maar zie de afzonderlijke personen. Als je dat niet durft, kijk dan net boven de hoofden naar de muur.

Probeer de tekst te vertellen, alsof je een verhaal aan je beste vriend(in) vertelt. Als je leerkracht het toelaat, kan je wel een klein papiertje meebrengen met daarop enkele kernwoorden.

Maak een duidelijk einde aan de spreekbeurt. Dat kan je best doen door iedereen te bedanken voor het luisteren.

Spanning

Spreken in het openbaar is een situatie waarin bijna iedereen spanning kent. Dit is dus perfect normaal!
Soms kan je zo gespannen zijn, dat je letterlijk ziek wordt. De spanningsverschijnselen (kloppend hart, warm worden, misselijkheid…) worden door jou altijd duidelijk waargenomen, maar anderen zullen die nauwelijks opmerken. Hierdoor lijkt het vaak dat jij de enige bent die hiervan last heeft, maar niets is minder waar.

Nu kan het best zijn dat jij steeds bij jezelf denkt: “Goh, als ik zo zenuwachtig ben, zal het zeker en vast misgaan”. Dit mag je absoluut NIET denken! Vraag het maar aan een voetballer of een zangeres, spanning is nodig voor een goede prestatie.

Angst voor blozen

Bijna iedereen is bang dat hij/zij een rood hoofd zal krijgen tijdens het houden van een spreekbeurt. Als je gerustgesteld wil worden, kan je dus best even verder lezen.

Het gevoel dat jij opmerkt (warmte die naar je hoofd stijgt), zal meestal veel sterker zijn en langer aanvoelen dan wat een toeschouwer ziet.

Anderen merken dit nauwelijks op: tijdens spreekbeurten luisteren ze meestal naar wat iemand zegt.

Je medeleerlingen vinden dit waarschijnlijk nauwelijks interessant.

Als je het zo nuchter bekijkt, is er weinig aan de hand. Toch kan iemand zich in zo'n situatie erg ongelukkig voelen. Dat is vooral omdat je jezelf angst aanpraat. Volg deze tips en bereid je goed voor, zodat je zeker van je stuk bent!


 

Wens je nog meer studietips, klik dan hier of zoek via ‘Studietips’.

 


VTI Izegem - Italianenlaan 30 - 8870 Izegem - tel. 051 33 65 30 - fax. 051 31 78 44 - info@vti-izegem.be